INDEX

Klooster en kerk

Vorig hoofdstuk beschrijft in het kort de geschiedenis van de Minderbroeders in Mechelen. Maar het Patershof ligt aan de Karmelietenstraat, dus was hier een karmelietenklooster. Hoe zit dat nu?

Nadat het onafhankelijke BelgiŽ door zijn grondwet van 1831 het opnieuw mogelijk maakt om kloosterordes op te richten, keren stukje bij beetje de minderbroeders terug naar Mechelen. Ze wonen samen in een tweetal woningen in de binnenstad, maar verlangen terug naar een eigen klooster. De aartsbisschop oordeelt echter dat de arbeidersbevolking in Antwerpen en Brussel meer nood heeft aan religieuze bijstand. Maar vanuit Mechelen blijft men aandringen, hierin gesteund door de leden van de Derde Orde die ondanks vervolgingen was blijven bestaan. Het duurt uiteindelijk tot 5 augustus 1862 voordat dhr P. Michiels informeel de opdracht krijgt om op zoek te gaan naar een nieuwe vestigingsplaats in Mechelen.

En Michiels laat er geen gras over groeien want slechts twee weken later, op 20 augustus, zijn zowel bouwgrond als financiering gevonden, zelfs nog voordat de aartsbisschop op 29 augustus (of 3 september) officieel zijn goedkeuring geeft.

Al in 1653 vestigden de ongeschoeide karmelieten zich op de hoek van de Adegemstraat en de Lange Pennincstraat, waarvan het laatste stukje dan ook wordt hernoemd naar Karmelietenstraat. In 1669 bouwen ze er hun klooster, dat ze in 1796 moeten verlaten om dezelfde reden als de minderbroeders in het centrum.

Kaart 1802 - Terrein oude karmelietenklooster Plannen kadaster 1858-1868 - Open ruimte karmelietenklooster, met de contouren van de kerk op de hoek van de Karmelietenstraat en de Adegemstraat

Als P. Michiels hier komt kijken in 1862, blijft er van het verlaten karmelietenklooster niet veel meer over. De kloostertuin is wel grotendeels behouden en de gronden zijn amper verkaveld (zie plan, nr. 31). De vraagprijs van 117.000 Bfr is niet van de poes, maar alles komt snel in kannen en kruiken en op 22 januari 1863 wordt de eerste steen gelegd voor de kapel.

1868 Ė Eerste foto van Belgische minderbroeders: de Mechelse kloosterlingen voor het tijdelijke onderdak in de Adegemstraat

Drie maanden later is deze al afgerond en op 27 maart wordt de kapel gewijd. De eerste zes minderbroeders trekken op dezelfde dag voorlopig in een gebouw aan de Adegemstraat waar zich nu apotheek Delport bevindt. Met Pasen vieren de Mechelaars de officiŽle terugkeer van minderbroeders met druk bezochte missen.

Dat de Mechelaars blij zijn met de terugkomst van hun minderbroeders, blijkt uit het feit dat de kapel binnen afzienbare tijd uit zijn voegen barst. Al snel worden plannen gemaakt voor een heuse kerk. Antwerps architect Paul(us) Stoop ontwerpt, geheel volgens de bescheiden wensen van de paters, een sobere kerk maar onmiddellijk ook een dito klooster.

Want ook de kloostergemeenschap is inmiddels zodanig aangegroeid dat het huis aan de Adegemstraat niet langer voldoet. Dat ťťn en dezelfde kamer dienst doet als refter en kapittel-, studie en ontvangstkamer, droeg niet bepaald bij tot de kloostertucht.

Er mag niet worden getalmd met het uitvoeren van de plannen, want de weldoeners beginnen op leeftijd te komen en in Mechelen dreigen de paters JezuÔeten zich te vestigen. En zij zijn een geduchte concurrent op de markt van de aalmoezen. Weldoeners kunnen echter gerust zijn over hun zieleheil. Elke dag wordt voor hen een heilige mis gezongen; elke dag lezen de Minderbroeders voor hen driemaal een kruisgebed van zes Onze Vaders, Wees gegroeten en Glorie zij den Vader; elke week wordt in het kapittel voor hen gebeden; en elk jaar worden vier plechtige lijkdiensten gezongen, viermaal de Getijden der Overledenen gebeden en de broeders bidden nog 's honderd keer het Onze Vader en Wees gegroet. Je kreeg dus zeker waar voor je geld.

1876 - Pentekening kerk

In 1867 wordt de knoop doorgehakt voor de bouw van een neogotische kerk. Niet op de plaats van de karmelietenkerk aan de Adegemstraat, zoals het eerste plan aangaf. De ingang komt aan de Karmelietenstraat, al moet voor de bouw van de kerk nog een huis in de Mosselschelpstraat worden opgekocht en afgebroken. Om kerk en klooster te kunnen bekostigen, worden de huizen aan de Adegemstraat verkocht en maken ze vanaf dan geen deel meer uit van de kloostergronden.

Op 16 juli 1868 wordt de eerste steen gelegd van het eerste deel, zijnde het schip van de kerk, om op 24 juli 1871 al feestelijk te worden ingezegend. "Tweehonderd maagdekens kwamen stoetgewijs uit de Kapel der Dienstmaagden van Maria, waar zij twee schoone koorkappen en kazuivels, giften der inwoners der stad, opdroegen." In 1873 wordt de 10 jaar oude kapel afgebroken om plaats te maken voor de kruisbeuk (eerste-steenlegging op 28 november 1873), en start de bouw van het klooster. Dat de werken niet zonder problemen verliepen, blijkt uit volgende anecdote; "Zondag morgend, 17 Januari 1875, barstte een geweldige storm boven de stad los. 't Was rond 6 1/2u. De kerk was op dit oogenblik opgepropt met geloovigen, toen almedeens een verschrikkelijk gekraak de menschen vol angst deed opspringen en naar buiten loopen. De stelling op het kruispunt der kerk getimmerd op een hoogte van 8 tot 10 meters, was door den stormwind omgerukt en op het dak der kerk neergevallen." Op 6 juni 1875 wordt het kruis op de sobere kerktoren geplaatst. In 1877 krijgt de zijkapel een glasraam geschonken door Mgr. Scheppers (van het gelijknamige instituut), met daarin zijn wapenschild en Ėspreuk.

1745 - Met Yperstraat en Karmelietenklooster 1775 - Zonder doorgang

Overigens liep waar de kerk nu staat, vroeger de Yperstraat (in het verlengde van de Kromme Elleboogstraat), midden 18e eeuw kregen de Karmelieten de toestemming daar hun kerk op te bouwen.

Voor 1900 - Kromme Elleboogstraat met Minderbroederskerk

Door een gelukkig toeval wordt in 1872 het provincialaat opnieuw in Mechelen gevestigd. De plaats van het provincialaat hangt samen met de woonplaats van de provinciaal, en kan dus veranderen. Maar de keuze voor Mechelen is, naast de grootte van het klooster, ook mee ingegeven door de nabijheid van de aartsbisschop in de stad.

In 1877 wordt een ziekenhuis gebouwd, vermoedelijk langs de Kromme Elleboogstraat aangezien deze gebouwen niet vermeld staan in de oude plannen.

De Mechelse minderbroeders spelen voor BelgiŽ een centrale rol in hun orde. Zo groeit de aankoop (of gift van drukkerij Dessain, van burgemeester Dessain) van een simpele handdrukpers in 1877 in enkele jaren uit tot de officiŽle Sint-Franciscus drukkerij en uitgeverij. In 1892 worden twee huizen aan de Karmelietenstraat opgekocht en als drukkerij ingericht.

De aan de Minderbroeders verbonden Derde Orde (lekenorganisatie) laat zich ook niet onbetuigd. Zo bindt de mannenafdeling de strijd aan tegen de slechte pers, en richt de vrouwenafdeling de O-L-Vrouwebond op tegen de overtollige en oneerbare mode. En met de winsten van de drukkerij zetten de paters in 1899 voor de Derde Orde een nieuwbouw neer aan de overkant van de Karmelietenstraat, waar alle nevenactiviteiten plaatsvinden.
Dit gebouw, later ook bekend als Het Kranske, is thans vervangen door het wijkcentrum Den Deigem.

De late jaren 1870 kennen een hernieuwde aanbidding van de Maria, ingegeven door de diverse verschijningen onder meer in Frankrijk. Als gevolg hiervan richtten verschillende minderbroederkloosters in hun tuin een eigen Lourdes-grot op, een religieuze hype waar ook onze Mechelse vrienden niet aan ontsnappen.

Het gebouw links is het voormalige provincialaat en ziekenhuis


























Overigens wordt in 1901 de H.Hartparochie opgericht, waarbij de nieuwe kerk op slechts enkele tientallen meters van de kloosterkerk wordt gebouwd. Paters noch pastoor waren echt gelukkig met de ligging, maar in de inmiddels volgebouwde Heihoek moet men al blij zijn dat er een stuk bouwgrond voor gevonden is.

1901 Ė Heilig Hartkerk in opbouw in de Adegemstraat

Dat het niet iedere Mechelaar zo godsvruchtig was, blijkt uit volgend verhaal. "In 't jaar 1902 werd er besloten tot een reeks avondsermonen als voorbereiding tot den Paaschplicht. Al te groote propaganda voor die oefeningen werd er gemaakt naar de goesting der Mechelsche geuzen. Op 17 Maart - zoo melden de kloosterarchieven - om 8 uren 's avonds moest het eerste sermoon gepredikt worden. Van half 8 zagen wij een bende schurken waaronder veel jongens van 17 tot 18 jaar, de kerk insluipen. Hun onbetamelijke houding en onbeschofte gebaren toonden genoeg waarom ze kwamen. Nauwelijks had de predikant aangevangen of men begon te hoesten, de stoelen te verschuiven, te roepen, de schrikkelijkste godslasteringen uit te braken. Doch de policie was ter plaats: verscheidene der oproermakers werden vastgezet en bewaakt: zij moesten hun oproer duur betalen." Eind goed, al goed.

De mannen Derde Ordelingen stichtten in 1909 een Studiekring Geloofsverdediging die onder meer tot doel heeft de leden "te sterken in hun overtuiging, en ze te bekwamen de bespotters van het geloof met bewijzen te kunnen beschamen." De Zusters Derde Ordelingen waren vooral gekend als een soort interimkantoor die arme meisjes aan werk hielp in gegoede huishoudens "als kinder-, boven- of keukenmeid", en tegelijk te verzekeren van religieuze zuiverheid en in de Karmelietenstraat te voorzien in onderdak tussen twee opdrachten. Tussen 1899 en 1912 hebben zij 1100 aanvragen behandeld.

^ top