INDEX

Na de wereldoorlogen maken de minderbroeders werk van de vernieuwing en uitbreiding van hun klooster. Zo worden de gehavende bovenramen van de kerk vernieuwd en de kerk zelf herschilderd. In mei 1953 wordt de voorgevel versierd met mozaïekpanelen, en in 1955 krijgt de kruisbeuk twee nieuwe grote glasramen, ontworpen door R. Coëme.

1962 - Minderbroederskerk, nog zonder appartementen op de hoek met de Adegemstraat

Daarnaast wordt de Sint-Franciscusdrukkerij uitgebreid rond 1955 (zoals een beetje te zien op de foto ‘Zicht vanuit de Lange Pennincstraat’ hieronder).

Ook de modernisering wordt voortgezet. Aangezien de paters alsmaar meer opdrachten krijgen in de sociale beweging, wordt in 1956 een Vespa aangekocht, later aangevuld met bromfietsen en uiteindelijk vervangen door auto’s.

Ondertussen, in de Kroonstraat (voorheen Gorterstraat), brengt meubelmaker Geens rond 1920 zijn hoofdkwartier onder in een herenhuis – dat dienst zal doen als kantoor – en een hoge industriële constructie waar de meubelen geproduceerd worden.
Als hij naar Nekkerspoel verhuist, neemt zijn werknemer Michielsen de activiteiten over. Een arbeider van toen getuigt dat ze ’s middags tijdens de schafttijd vaak vanachter naar de paters zaten te kijken, die dan druk bezig waren in hun kloostertuin.
Als ook deze na WOII verhuist, richting Schonenberg, staan de gebouwen lange tijd leeg.

Begin jaren ’60 kan de provincie het geheel voor een appel en een ei opkopen.
In het industriële gebouw krijgen de alsmaar uitbreidende uitgeverij activiteiten in 1965 een nieuw onderkomen.
Op het gelijkvloers worden de bestellingen klaargemaakt voor verzending, de kantoren bevinden zich op de eerste verdieping. De bovenste verdieping wordt ingericht als stockageruimte. De naam van de uitgeverij verkort tot SINFRA en geeft onder andere enkele strips rond Ridder Geert uit. Het succes is echter van korte duur en al in 1971 moeten ze de boeken alweer sluiten. De drukkerij houdt in 1993 op te bestaan.

1968 - Geert grijpt in! 1969 - Geert vogelvrij

De derde orde palmt – toepasselijk – de derde verdieping van het gebouw in nadat ze Het Kranske verlaten hebben. De twee overgebleven verdiepingen worden ingenomen door de gidsen, die hier een royaal onderkomen krijgen. Zo wordt de verdieping bovenop het herenhuis de gidsenzolder genoemd.
Ook Radio Reflex huist hier nog korte tijd. Maar na een inval door de politie wordt studio verzegeld, wat handig omzeild wordt door een gat naast de deur te maken. Echter naast enkele andere sociale activiteiten staat ze voor het grootste deel leeg.

Van het herenhuis wordt in 1966 een bouwaanvraag ingediend om de voorgevel te verbouwen waarbij telkens twee houten ramen zouden worden samengevoegd tot één laag aluminium raam. Ondanks de goedkeuring door de stedelijke bouwdienst, worden de plannen gelukkig niet uitgevoerd. Het gebouw wordt eerst gebruikt als kantoor voor de derde orde. Later zal het van pas komen als pastoriewoning, maar dan enkel als kantoor en opslagruimte. De andere verdiepingen worden verhuurd. Gedurende de laatste jaren woont zelfs de nicht van de pastoor met haar gezin op de bovenste verdiepingen.

2001 - Zicht op provincialaat gebouwd tot tegen het klooster, en de kerk

De minderbroeders gaan echter verder met de vernieuwing van hun gebouwen. Het oude provincialaat wordt rond 1962 afgebroken om plaats te maken voor moderne kantoren met ingang aan de Kromme Elleboogstraat, inclusief een ziekenboeg voor de oude en zieke medebroeders uit de gehele Vlaamse provincie (zie grondplan, linksonder). In deze laagbouw, nu gekend als paterswoningen, bevindt de ziekenboeg zich op het gelijkvloers, terwijl de eerste verdieping wordt ingenomen door het provincialaat. Wat nu de laatste paterswoning is, liep nog verder door en bevatte, naast nog een vergaderzaal, een fresco die helaas bij de afbraak verloren is gegaan.

Grondplan na 1965, met aanbouw tegen het lage stuk van het klooster

De hoogbouw (zie foto binnenplaats jaren ‘80) die de verbinding maakt met het herenhuis omvat een wasserette op het gelijkvloers, kantoren op het eerste en vergaderzalen op het derde.

In de vrijgekomen lokalen van Het Kranske, breiden de sociale activiteiten zich verder uit. Zo nemen de groeiende groep Anonieme Alcoholisten in 1973 hier hun intrek. Tot in de jaren ’80 wordt het gebruikt als jeugdhuis.

In 1978 wordt de kerk nogmaals opgefrist, even later gevolgd door de kloostergevels.

Het tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) betekent de bevestiging van tendensen tot vernieuwing in de kerk, die probeert in te spelen op de veranderingen in de maatschappij. Zo verdwijnen van de jaren ’60 geleidelijk de klassieke bruine pijen van de minderbroeders uit het straatbeeld. Begin jaren ’80 gaan oud en nieuw op wonderlijke wijze in het klooster samen. Het oude pand herbergt een televisiekamer en comfortabele zetels. In de gangen lopen zowel paters rond in franciscaanse pij als in burgerpak.

In de jaren ’60 en ’70 is de terugloop van het aantal intredingen bij de Vlaamse minderbroeders zo drastisch, dat de orde zich terugtrekt in steeds minder residenties. Zo wordt in 1984 het klooster van Mechelen uitgeroepen als één van de vier ‘centrale kaderhuizen’ in Vlaanderen en worden de andere kloosters opgeheven. De derde orde kwijnt ondertussen ook weg en houdt in de jaren ’80 de facto op te bestaan.

Jaren ’80 - Binnenplaats met provincialaat en ziekenboeg

Maar onze paters ontkomen op hun beurt ook niet aan de gevolgen van de secularisering van onze maatschappij. In de jaren ‘90 is het aantal bewoners zodanig teruggelopen, dat de resterende geestelijken de gebouwen verlaten en elders hun onderkomen zoeken. Zo verhuist de parochiepriester van de H. Hartkerk van zijn kamer in het klooster (wat later werd afgebroken om de bouw van de appartementen mogelijk te maken) naar de pastorie in de Adegemstraat. Anderen trekken naar het klooster van de Vlaamse Minderbroeders in Sint-Truiden, waar ook de meeste kostbare voorwerpen een nieuwe thuis krijgen. Het klooster wordt opgeheven in 1999.

Overigens heeft inmiddels één van de twee klokken een nieuwe thuis gevonden in een kerk in Syrië. Voor het verwijderen van de klokken heeft de bouwfirma IBO het luik in de klokkentoren moeten vergroten en dat stukje dak opnieuw moeten teren. In 1999-2000 verscheept orgelbouwer Arnauts uit Kersbeek-Miskomin het grote orgel van deze kerk naar Lier; de paters schenken het aan de gemeenschap "De Brug" die het in hun kapel laten heropbouwen en restaureren. Het wordt nu dagelijks gebruikt o.a. voor de lessen van de stedelijke muziekacademie van Lier. En een bruin gipsen Antoniusbeeld van een meter hoog verhuist naar een nieuwe kerk in het Nederlandse Waalwijk.

Oorspronkelijke zijgevel met kelderdeur Kloostergebouw Zicht vanuit Lange Pennincstraat






















^ top